Voor schoolleiders PO: gratis e-book 📥 Praktisch met Lef Wijzer
Praktische werkvormen voor morele reflectie, direct toepasbaar in jouw praktijk.

De ouders van Valerio

Ze werden aangekondigd als lastig. Ik ontmoette twee mensen.

3/9/20269 min read

Schaduw van ouders met kind tussen hen in, lopend over straat. Symbolisch voor verbinding.
Schaduw van ouders met kind tussen hen in, lopend over straat. Symbolisch voor verbinding.

Je wordt gewaarschuwd voor ouders voordat je ze ontmoet. Het gebeurde terloops, in de wandelgangen, door mijn collega’s die blijkbaar niet zulke goede ervaringen hadden met deze ouders. Het was februari 2008. Mijn eerste echte ouderavond als leerkracht.

Zij-instroom

Ik was reeds moeder van drie kinderen voordat ik juf op een basisschool werd. Mijn oudste twee zaten al op school. Voordat ik de overstap naar het onderwijs maakte, werkte ik meer dan tien jaar als accountmanager en teamleider bij een grote ICT-leverancier. Ik had jarenlange ervaring in gesprekken voeren, zowel intern als extern. Met potentiële klanten, boze klanten, medewerkers van wie we afscheid namen. Ik had geleerd te overtuigen, maar ook te parkeren en verwachtingen te managen, niet alleen in trainingen maar ook in de praktijk. Ik dacht dat ik alles wel zo een beetje gezien had.

De stap naar het onderwijs kwam voort uit een gemis van betekenis in mijn werk. Mijn man, destijds werkzaam in het MBO, sprak altijd met zoveel passie over zijn werk, misschien was lesgeven ook wel wat voor mij. Ik begon, naast mijn drukke baan, aan de deeltijd-PABO. Ik nam ouderschapsverlof om stages te kunnen lopen. Het waren drukke tijden, voor mijn gezin en voor mij. Na het behalen van mijn diploma werd ik gelijk aangenomen op een basisschool, een dorp verderop.

Mijn eerste schooldag als leerkracht begon vrijwel gelijk met de dag dat mijn jongste voor het eerst naar school ging. Alsof we samen de overstap maakten.

De waarschuwing

Ik stond samen met een duo-partner voor groep 7-8. In principe zag ik de ouders van mijn leerlingen weinig tot niet. De kinderen gingen vaak zelfstandig naar school. De meesten zou ik pas tijdens de rapportavonden in februari ontmoeten. Mijn duo ging in die tijd met zwangerschapsverlof en daarom draaide ik de klas alleen. De directeur was al een tijdje afwezig, overspannen. Zijn vervanger, een interimmer, was vrijwel niet aanwezig. En toen kwamen de ouderavonden eraan.

Mijn collega's vroegen hoe ik het ging aanpakken. Ik vertelde mijn plan. Ze keken elkaar aan en eentje vroeg:

"En de ouders van Valerio dan?"

"Waarom?" vroeg ik.

"Wel, dat zijn de makkelijkste niet."

Ik zag iets in hun ogen. Niet zo zeer verbazing. Eerder een soort verontwaardiging, zo van ga jij dat gesprek alleen voeren? Zeker met de ouders van Valerio, dat kan niet zonder dat er iemand anders bij is. Ik bespeurde bij hen een gevoel van onveiligheid, maar het zei meer over hen dan over mij. Het was hun verhaal en hun ervaring. Ik was nieuwsgierig naar wat maakte dat zij zo dachten over deze ouders, maar ik ben er toen niet, en later ook niet, op in gegaan. Ik vroeg me alleen maar af wat er zo erg kan zijn dat je ze niet alleen kan ontvangen?

Mijn collega's regelden dat de intern begeleider die avond op school zou blijven. Just in case.

Valerio

Ik kende inderdaad de ouders van Valerio nog niet. Valerio kende ik uiteraard wel. Hij was de leerling die mij in dat jaar misschien wel het meeste leerde over wat het betekent om er te zijn voor kinderen. Hij vond het leuk om grappig te zijn, altijd even de aandacht van de klas op zich vestigen als het in mijn ogen net even niet kon. Want als hem iets niet beviel, liet hij dat ook merken. Dat kon dan bij het buitenspelen of tijdens gymnastiek nog wel eens tot handgemeen leiden en dat was nou net iets wat je als leerkracht wilde voorkomen. Dat het onaangenaam wordt voor anderen. Hij had aandacht nodig, maar niet altijd de aandacht die ik hem gaf. Want als ik hem gaf wat hij leek te vragen, was het vaak niet genoeg. Hij hield me scherp. Liet me zien, en voornamelijk ook voelen, waar mijn geduld ophield en waar mijn zijn, voor hem, echt begon.

De ouderavond

De avond zelf voerde ik gesprek na gesprek met diverse ouders. De ouders van Valerio waren de laatsten. Het was zoals alle gesprekken daarvoor ook met name een kennismaking. We spraken over wat er in de klas gebeurde, over hoe Valerio zich liet zien. Vader herkende zich in zijn zoon. Misschien was school zijn ding niet, zeiden ze voorzichtig. Ze opperden ook faalangst. Er kwam van alles voorbij, zoals bij elk goed gesprek over een kind dat je allebei wilt begrijpen.

Er was ruimte voor mij om te vertellen wat ik zag en hoorde en zij vertelden op hun beurt over hun zoon. Ze waren zeker niet verrast met mijn verhaal. Het was een gesprek waarin we samen naar Valerio keken. Deze avond liet me ook voor het eerst inzien dat ik de kinderen miste tijdens deze gesprekken. We spraken over hen en niet met hen.

Aan het einde van het gesprek liep ik met de ouders mee naar de deur. We stonden nog even te praten in de gang, lachten om iets, ik weet niet eens meer wat. Het ging gemoedelijk.

Toen ik de deur achter ze sloot, kwam de intern begeleider uit de lerarenkamer lopen. Hij was met name verbaasd. Hij had de ouders ontspannen en lachend weg zien gaan. En nu hoorde hij van mij dat het een prettig gesprek was geweest. Dat was bijzonder, niet verwacht, en zeker niet in lijn met de gesprekken die collega's in de voorafgaande jaren met hen hadden gevoerd.

Ik had uiteraard geen idee wat hij bedoelde. We hadden kennisgemaakt. Open gesproken. Naar elkaar geluisterd. Wat had ik anders gedaan dan anderen? Ik was niet bij die eerdere gesprekken geweest. Ik wist niet wat er was voorgevallen, welke woorden er waren gevallen, welke blikken waren gewisseld. Ik had alleen dit ene gesprek, op deze ene avond, met deze twee mensen die ik niet kende.

Ik heb het nooit aan de ouders van Valerio gevraagd, of zij verschil merkten. Maar het contact bleef goed. Later, toen Valerio, iets te enthousiast, met zijn fiets het portaal van de school in reed en het hout beschadigde, belde ik hen. Situatie uitgelegd. Verzekering regelde het. Geen probleem. Ik vertel dit omdat ook toen de collega’s nog steeds verrast waren met deze reactie van ouders.

De andere kant van de tafel

Ik was natuurlijk niet alleen leerkracht die avond. Als moeder zat ik zelf regelmatig aan de andere kant van zo’n gesprek. Ik had zelfs al ervaringen waarvan ik dacht, kan dat ook anders? Zoals die ene keer. Mijn zoon was zeven. In zijn rapport stond: "Morris verpest de sfeer in de klas." Hij had het zelf gelezen en was diep geraakt. Tijdens de ouderavond bleek de juf zich te storen aan zijn uitgesproken mening over van alles en nog wat. Ze had het opgeschreven omdat ze wilde dat wij het ook wisten. Zo gaf ze een voorbeeld van die dag. Hij had "Hè, gatver!" door de klas geroepen toen hij zag dat ze met de klas ‘Huisje Boompje Beestje’ gingen kijken. Ik wist dat hij thuis het liefst naar National Geographic keek. Zijn reactie was wellicht een gebrek aan filter maar zeker niet van kwade wil. Er was een verhaal dat zij niet zag.

Die wetenschap droeg ik onbewust mee toen ik de ouders van Valerio ontmoette. Niet omdat ik dacht dat ik hun gevoelens kende. Maar omdat ik wist vanuit eigen ervaring aan de andere kant van de tafel: er is altijd een verhaal dat ik nog niet ken.

Wat me blijft bezighouden

Is niet zo zeer het gesprek zelf. Het is de waarschuwing ervoor.

Want ik werd gewaarschuwd. Er was mij verteld dat ik deze ouders moest vrezen. Dat er iemand in de buurt moest zijn, voor het geval dat. Ik droeg dat weten mee de avond in, zonder dat het mijn blik bepaalde. Stel dat ik hen had ontmoet met dat beeld in mijn hoofd? Stel dat ik was gaan zoeken naar bevestiging van wat mij was ingefluisterd?

Uiteraard was ik nieuwsgierig naar wat maakte dat ze zo dachten over deze ouders. Maar ik ben er niet op doorgegaan. Ik wilde ze zelf ontmoeten.

Jaren later als schoolleider

In 2017 werd ik aangesteld als directeur op een middelgrote school in een stadswijk. Ik had een duidelijke opdracht meegekregen vanuit het bestuur. De relatie met ouders diende hersteld te worden. Er waren er al veel weggelopen, een groot gedeelte was ontevreden en er stond nog een aantal ouders op het punt om te vertrekken.

Ik moest gelijk weer terugdenken aan mijn begintijd in het onderwijs. Over hoe er gesproken werd over ouders. De beelden van ouders die onderling werden gedeeld voordat we de kans kregen om ze zelf te ontmoeten. Was het een angst voor ouders? Of als ouders emoties laten zien, wellicht het ongemak wat dat oproept? Dat leerkrachten het persoonlijk nemen? Een onzekerheid, dat het misschien een aanval is op hun vakmanschap? Ik weet het niet, want ik ken dat gevoel niet en heb het nooit verder uitgezocht.

In dit team leefden verhalen over lastige ouders. Over wie ze waren, wat ze deden. Ik hoorde het in de pauzes, in de wandelgangen, in mijn gesprekken met de verschillende teamleden. Er hing een onbeschrijfelijke spanning in de school voor gesprekken met ouders.

Ik wil twee dingen die ik aanpakte in de relatie met ouders hier delen, want uiteraard was er nog zoveel meer.

Allereerst in de relatie die we aangingen met nieuwe ouders. De school organiseerde rondleidingen voor nieuwe ouders, deze werden altijd in groepen gedaan. Ik bracht het terug naar de een-op-een ontmoeting. Een ouder kiest een school voor acht jaar. Dat verdient aandacht. Je gaat een relatie aan. En een vraag die ik altijd tijdens deze ontmoeting stelde was hoe ze hun eigen basisschooltijd hadden ervaren. Dat antwoord vertelt je namelijk zoveel over hoe iemand de schooltijd van zijn kind zal volgen. Over verwachtingen, over angsten, over hoop. Op mijn beurt besprak ik met ouders wat zij van school konden verwachten en wat niet. En ja, soms kozen ouders niet voor onze school. Dat was oké. Liever dat, dan dat ze kozen op basis van een vaag gevoel en later bleek dat het niet paste. Helderheid vooraf scheelt ongemak achteraf. Daar hebben we invloed op.

Daarnaast ging ik juist de gesprekken aan met ouders die het team liever zag gaan dan komen. Van hen kon ik leren. Tevreden ouders vertellen me wat goed gaat. Ontevreden ouders vertellen me wat ik nog niet zie. Lastige ouders bestaan in mijn ogen niet. Er bestaan wel ouders die zich niet gezien en gehoord voelen. Los van het feit of ze hun zin krijgen ja of nee. En daar kun je zeker het gesprek over voeren.

Neem als voorbeeld de ouders van Valerio. Ze waren ouders van een kind dat niet makkelijk in het onderwijssysteem paste. En misschien, als ik er langer over nadenk, waren ze lastig voor leerkrachten die niet wisten hoe ze daarmee om moesten gaan. Die het persoonlijk namen, of als falen ervoeren. Die het beeld van de ouder vormden naar het beeld van het kind. Ik weet het niet. Ik was er niet bij.

Wat ik wel weet is dat de ouders van Valerio en ik een goed gesprek hadden. Niet omdat ik zo bijzonder ben maar omdat ik nog geen beeld van hen had. Omdat ik hen ontmoette vanuit een nieuwsgierigheid naar wie de ouders van Valerio waren, nieuwsgierig naar hun verhaal over hun zoon.

In de jaren die volgden, als directeur, merkte ik hoe gemakkelijk beelden ontstaan. Het gesprek in de lerarenkamer, een opmerking in de gang, een zucht na een telefoontje, een blik bij het binnenkomen van de ouder. Het zijn geen kwade intenties. Het is menselijk. Maar het bepaalt wel de ruimte die een ouder krijgt.

De Directeurskamer

Dit verhaal deel ik niet omdat het bijzonder is. Ik deel het omdat het alledaags is. Elke school heeft ze namelijk, ouders over wie wordt gesproken. Verhalen die rondgaan, blikken die worden uitgewisseld, waarschuwingen die worden doorgegeven. En elke schoolleider voelt het ongemak. Hoe ga je om met deze beelden over ouders in je team? Hoe voorkom je dat een ouder al veroordeeld is voordat hij of zij de kans kreeg zich te laten zien?

In De Directeurskamer gaat het over precies dit soort vragen. Over de alledaagse morele kwesties die bepalen of een ouder zich welkom voelt of niet. Over twijfel zonder oordeel. Over de ruimte tussen wat er gezegd wordt en wat er werkelijk speelt.

De ouders van Valerio bleken geen lastige ouders. Ze waren gewoon twee mensen die ik nog niet kende. Dat besef was het uitgangspunt voor onze eerste kennismaking. Voor mij, en hopelijk ook voor jou.

We klagen vaak over ouders die eisend zijn, die over grenzen gaan, die het moeilijk maken. Maar wat als een deel van die spanning begint bij onszelf? Bij de beelden die we hebben voordat een ouder binnenkomt? Bij de waarschuwingen die we doorgeven zonder het zelf te checken? Dit verhaal gaat niet over lastige ouders. Het gaat over de vraag waar we wel invloed op hebben. En het antwoord daarop begint bij onszelf.

Mijn verhaal is een uitnodiging

Om je af te vragen welke ouders op jóuw school worden aangekondigd voordat ze binnenkomen? Welke verhalen gaan over hen rond, zonder dat ze erbij zijn? En vooral wat dat doet met de ruimte die jij en je team hen geven?

Niet om te oordelen over je collega's. Zij handelen vanuit ervaring, vanuit bescherming, vanuit niet beter weten. Precies zoals ik had kunnen doen, als ik het beeld had geloofd.

Maar vanuit de overtuiging dat we invloed hebben. Op onszelf. Op de verhalen die we doorgeven. Op de vraag of we ouders tegemoet treden met een waarschuwing of met nieuwsgierigheid.

Daar begint het. Daar begint elke ontmoeting opnieuw.

Uiteraard ben ik ook benieuwd naar jouw verhaal. Ik nodig je uit om het te delen met mij en eventueel ook hier in een blogpost. Neem contact met mij op via mail of via het contactformulier.

In dit verhaal zijn namen gefingeerd.

Wil je met je team onderzoeken hoe verhalen over ouders doorwerken in jullie school? Ik ontwikkelde een praktische werkvorm: 'Aan de andere kant van de tafel'. Hiermee ga je samen aan de slag met de beelden die leven in je team en maak je ruimte voor echte ontmoeting

Krijg nieuwe blogs direct in je inbox – kort, praktisch en herkenbaar